De FM-er als omgevingspsycholoog

Gepubliceerd op 29 november 2019 om 16:08

Laat de ruimte in je voordeel werken

Omgevingspsychologie helpt om te begrijpen hoe je welbevinden, beleving en gedrag kunt verbeteren. Als je als facilitair manager de belangrijkste principes en voorbeelden uit de omgevingspsychologie kent en kunt toepassen, weet je hoe de ruimte kan bijdragen aan een positieve ervaring voor medewerkers, bezoekers of bewoners en hoe je hen kunt helpen met duurzamer en gezonder gedrag.

 

Hoewel we ons er vaak niet van bewust zijn, beïnvloedt de omgeving hoe we ons voelen, hoe we denken en hoe we ons gedragen. Het vakgebied dat zich verdiept in de invloed van de omgeving op gedrag en beleving heet omgevingspsychologie. Het volgende voorbeeld laat zien hoe groot de invloed van de omgeving is.

Asociale Amerikanen?

Stel je voor: Je loopt over de stoep, langs de buurman die zijn gras aan het maaien is. Vlak voor je stapt iemand uit zijn auto, en laat daarbij een stapel boeken vallen. Als je dichterbij komt zie je dat zijn arm in het gips zit. En net als de meeste mensen zouden doen, help je even met het oprapen van de boeken. Toch?

Helaas. In een Amerikaans experiment[i], waarin deze situatie expres in scène werd gezet, stopte minder dan 20 procent van de voorbijgangers om even te helpen. Zijn Amerikanen nou zo asociaal, of is hier iets anders aan de hand?

Laten we naar een iets andere situatie kijken. Je loopt weer over de stoep, langs de buurman die nu het net gemaaide gras bij elkaar staat te harken. Vlak voor je laat iemand met een gebroken arm een hele stapel boeken vallen als hij uit zijn auto stapt. Help je nu met oprapen?

In deze situatie is het antwoord: Waarschijnlijk wel. In het eerder genoemde experiment bleek namelijk dat in deze situatie meer dan 80 procent van de voorbijgangers stopt om te helpen.  Gelukkig maar! Maar hoe kunnen we dit enorme verschil verklaren?

De boosdoener is de grasmaaier. In de eerste situatie produceerde de grasmaaier een hard, irritant geluid. Terwijl dit vervelende geluid in de tweede situatie afwezig was. In de omgevingspsychologie noemen we zo’n omgevingsfactor die ongewenst en vervelend is, een omgevingsstressor.

Negatieve invloed van een ruimte

Elk aspect van onze omgeving kan een stressor worden, als deze ervaren wordt als ongewenst of oncomfortabel. Denk bijvoorbeeld aan een onaangename geur, een te hoge of lage temperatuur, of de aanwezigheid van te veel of juist te weinig andere mensen. En hoewel we ons er meestal niet van bewust zijn, hebben deze omgevingsstressoren een negatief effect op hoe wij ons voelen en gedragen:

  1. We presteren minder goed op cognitieve taken. Onze concentratie, aandacht en geheugen nemen af.
  2. We voelen ons onprettig en geïrriteerd en beoordelen een situatie, gebeurtenis of persoon negatiever.
  3. We worden minder gevoelig voor sociale signalen. Daardoor vertonen we allerlei vormen van minder sociaal gedrag, zoals het vermijden van oogcontact, minder openstaan voor een praatje, en minder hulpvaardig zijn

Het lijkt misschien ongelooflijk dat een grasmaaier ervoor zorgt dat behulpzame mensen zich gedragen als asociale figuren, maar bovengenoemde effecten zijn de afgelopen jaren herhaaldelijk gevonden in talloze experimenten met allerlei omgevingsstressoren. De omgeving kan dus een enorme invloed hebben op hoe wij ons voelen en gedragen. En het verminderen van omgevingsstressoren is dan de eerste stap richting het verbeteren van gevoel en gedrag.

Gedragsverandering

Een ander belangrijk domein waarin omgevingspsychologische principes van pas komen is gedragsverandering. Als facility manager ben je voor het behalen van sommige doelstellingen afhankelijk van het gedrag van medewerkers. Duurzaam gedrag zoals afval scheiden op de werkplek of in het bedrijfsrestaurant en gezonde leefstijlkeuzes zoals het nemen van de trap in plaats van de lift, zijn twee van de meest bekende voorbeelden. De omgeving kan je helpen het gewenste gedrag makkelijker te maken. Bijvoorbeeld wanneer de omgeving een signaal geeft welk gedrag de norm is. Wanneer het ergens schoon is, geeft de omgeving het signaal dat het normaal is om je rommel op te ruimen omdat iedereen dat doet. En mensen doen dat dan ook. Maar de invloed gaat nog verder: in een schone omgeving zullen mensen zich ook eerlijker en milieuvriendelijker gedragen[iii]

Onbewuste aandachtstrekkers

Als laatste kan omgevingspsychologie een middel zijn om te midden van verschillende individuele wensen de beste oplossing te kiezen op basis van wetenschappelijke argumenten. Binnen de omgevingspsychologie gaan we uit van psychologische behoeften van gebruikers, wat niet helemaal hetzelfde is als gebruikerswensen. Omdat de invloed van de ruimte vaak onbewust werkt, zullen mensen niet altijd merken welke invloed de ruimte heeft. Dus ook als je zelf vindt dat je niet makkelijk afgeleid wordt door je pratende collega’s, laten hersenscans zien dat je brein onbewust toch druk bezig is met het afschermen van je aandacht.

Geluid en beweging zijn de meest notoire aandachtstrekkers. Je daar mentaal voor afschermen kost energie die je niet aan de taak zelf kunt besteden, en die je aandacht uitput. Maar zelfs zonder die aandachtstrekkers kan een ruimte ongemerkt veel aandacht vragen, omdat je hersenen onbewust continue de ruimte ‘scannen’. Met een simpele ruimtelijke ingreep, bijvoorbeeld door werkplekken af te schermen met tussenschotten, kun je de werkomgeving verkleinen. Hierdoor kost het onbewust scannen van de ruimte minder mentale energie. Zo help je medewerkers die zich even moeten focussen op een lastige taak, om dat langer vol te houden[iv].

Door omgevingspsychologie als perspectief te nemen, kun je zien hoe de ruimte bij kan dragen aan een positieve ervaring en duurzamer en gezonder gedrag. En daar zit nou typisch de toegevoegde waarde van de facilitaire professional.

 

[i] Mathews, K. E., & Canon, L. K. (1975). Environmental noise level as a determinant of helping behavior. Journal of Personality and Social Psychology, 32(4), 571-577.

[ii] De Tommaso, M., Sardaro, M., Livrea, P. (2008). Aesthetic value of paintings affects pain thresholds. Consciousness and Cognition, 17(4), 1152-1162.

[iii] Keizer, K, Lindenberg, S., Steg, L.(2008) The spreading of disorder, Science, 322 (5908), 1681-1684.

[iv] Roberts, A.C, Yap, H.S., Kwok, K.W., Car, J., Soh, C., Christopoulos, G.I. (2019) The cubicle deconstructed: Simple visual enclosure improves perseverance. Journal of Environmental Psychology, 63, 60-73.

 

Dit bericht is geschreven voor Facto.nl en daar verschenen op 27-11-2019.

Foto's via Unsplash


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.