Zo wordt de werkomgeving een stress-oase

Gepubliceerd op 10 februari 2020 om 20:18

Veel medewerkers ervaren stress op hun werk. Voor organisaties is het belangrijk om dit te verminderen, want stress heeft een negatieve invloed op werkgeluk, productiviteit, en uitval van mensen. Ook een facilitair manager kan hier een rol spelen, door omgevingsstressoren te verminderen en door aanpassingen door te voeren die medewerkers beter bestand maken tegen stress en hen sneller helpen te herstellen.

Factoren en stressoren

Alles in een omgeving  - geluid, temperatuur, geur, de hoeveelheid mensen in een ruimte - is een omgevingsfactor. In de omgevingspsychologie wordt een omgevingsfactor die als ongewenst of vervelend wordt ervaren een omgevingsstressor genoemd. Deze omgevingsstressoren hebben een negatief effect op hoe wij denken, ons voelen en gedragen. We presteren minder goed op cognitieve taken, voelen ons onprettig en eerder geïrriteerd, en worden minder gevoelig voor sociale signalen. Uiteindelijk leiden omgevingsstressoren tot stress. En stress heeft een vervelende eigenschap: het heeft een na-effect. Nadat je weg bent uit de stressvolle situatie of omgeving, duurt het nog een tijdje voordat je stressniveau gedaald is. En wanneer je stressniveau te lang en te vaak hoog blijft, neemt de kans op mentale en fysieke gezondheidsproblemen toe.

Wanneer wordt een omgevingsfactor een omgevingsstressor?

Een omgevingsfactor wordt een omgevingsstressor als er te veel van is. Neem bijvoorbeeld de aanwezigheid van veel mensen in de directie omgeving of een heel hard geluid. Maar het kan ook zijn dat er te weinig van is, bijvoorbeeld te weinig visuele variatie in oriëntatie, kleur of vorm. Dat zie je in sommige kantoorruimtes die clean en lean zijn ingericht, met rijen eenvormige bureaus, zonder persoonlijke decoratie, en alles in wit, grijs of beige. Mensen voelen zich daar niet prettig bij en dat heeft invloed op hun prestaties. Een groot accountancykantoor in Londen merkte bijvoorbeeld dat na hun verhuizing naar een dergelijk kantoor het teamwerk afnam en de productiviteit daalde.

Wat is te veel of te weinig?

Hoe weet je of er te veel of te weinig van een omgevingsfactor in een ruimte aanwezig is? Die vraag kent drie antwoorden.

  1. Persoonlijke kenmerken
    Of een omgevingsfactor als stressor wordt ervaren hangt af van de persoonlijke kenmerken van iemand. Sommige mensen hebben van nature behoefte aan meer prikkels, anderen juist niet. De prikkelbehoefte kan ook van tijd tot tijd verschillen.

 

  1. Psychologische factoren

Of een omgevingsfactor als stressor ervaren wordt, hangt ook af van psychologische factoren. Als mensen geen controle hebben over de stressor (ze kunnen zelf de temperatuur in een ruimte niet instellen), als ze geen keuze hebben (er zijn geen concentratieplekken waar ze zich even kunnen terugtrekken), of als ze niet over informatie beschikken (ze weten niet hoe lang de overlast duurt), dan is de kans groter dat ze een omgevingsfactor als stressor ervaren.

De invloed van deze psychologische factoren op het wel of niet ervaren van overlast en stress door omgevingsfactoren is heel groot. Van geluid is bijvoorbeeld bekend dat voorspelbaarheid en controle daarvoor bepalender zijn dan het geluidsniveau of de duur. Een andere belangrijke factor is hoe mensen over de veroorzaker denken. Als zij het idee hebben dat het geluid niet noodzakelijk is of dat de veroorzaker geen rekening houdt met hun welzijn, heeft geluid een negatiever effect op hun welbevinden en gezondheid.

 

    1. De omgevingsfactor zelf

    Laten we vooral de omgevingsfactor zélf niet vergeten. Over het algemeen is er een gulden middenweg in prikkelniveau. De natuur is daarvoor een mooie inspiratiebron. Natuurlijke landschappen hebben een oneindige variëteit aan patronen, in tegenstelling tot de gebouwde omgeving, waarin dezelfde patronen vaak worden herhaald. Toch wordt een natuurlijke omgeving niet als overprikkelend ervaren omdat elementen uit de natuur wel onze aandacht trekken, maar op een vanzelfsprekende manier, zonder dat het mentale moeite kost.

     

    Dit heeft te maken met aangename verhoudingen en schaalsprongen. Ook ritme en structuur door (gebroken) symmetrie en juist veel details op de kleinere en tussenliggende schaalniveaus zorgen samen voor een optimaal prikkelniveau.

    Hoe kun je stressoren verminderen?

    Over het algemeen wordt de gebouwde omgeving, en ook de werkomgeving, gekenmerkt door sociale overstimulatie (teveel mensen) en fysieke onderstimulatie (te weinig variatie en details in de vormgeving). Wat kun je daaraan doen?

    • Als er te veel mensen in een ruimte aanwezig zijn of als ze te dicht op elkaar zitten, verdeel de ruimte dan onder in verschillende zones, of kijk of een betere spreiding van de bezetting mogelijk is.
    • Als er te weinig variatie is in patronen of kleuren, voeg die dan toe met als inspiratiebron de natuur.
    • Geef medewerkers controle over bijvoorbeeld de klimaatbeheersing en de keuze om in een drukke of rustige werkomgeving te verblijven.
    • Informeer mensen altijd over de noodzaak, duur en reden van eventuele verstoringen.

    Zo verklein je de kans dat een omgevingsfactor een omgevingsstressor wordt.

    Herstel ondersteunen en weerbaarder maken

    Maar de werkplek kan meer bieden. De omgeving kan werknemers ook helpen beter bestand te zijn tegen stress en er sneller van te herstellen door gebruik maken van de positieve effecten van de natuur en sociale interactie.

     

    De natuur

    De natuur is niet alleen belangrijk als inspiratiebron voor een optimaal prikkelniveau, maar helpt ons ook bij het herstellen van vermoeidheid en stress. De onbewuste aandacht voor natuurlijke elementen hersteld onze mentale capaciteiten waardoor we ons daarna weer goed kunnen concentreren op lastige taken [i]. Ook zorgt onze aangeboren behoefte aan natuur ervoor dat contact met een natuurlijke omgeving direct samenhangt met ons fysiek en mentaal welbevinden, omdat onze stressniveaus in een natuurlijke omgeving afnemen[ii]. Zo laten onderzoeken zien dat mensen met meer groen in hun woonomgeving een lagere kans hebben op stressgerelateerde aandoeningen zoals hart- en vaatzieken [iii].

    Alle vormen van natuur hebben een positief effect. Er is wel verschil in effectgrootte:

    1. Het beste werkt het actief beleven van natuur, bijvoorbeeld door erdoorheen te bewegen. Gebruik dit effect door bijvoorbeeld een groene lunch-wandelroute te ontwikkelen en te promoten;
    2. Daarna komt het passief beleven van natuur in de vorm van binnenbeplanting en uitzicht op groen;
    3. Een kleiner effect hebben realistische afbeeldingen van natuurlijke landschappen;
    4. Als laatste zijn kunstmatige elementen met eigenschappen uit de natuur in te zetten (denk aan nepplanten, het gebruik van de kleur groen en natuurlijke materialen, architectonische verwijzingen naar natuur, en abstracte kunst met natuur als thema).

     

    Sociale interactie

    Ook onderdeel zijn van een sociaal netwerk heeft een positief effect op stressreductie en het verminderen van stress gerelateerde ziekten[iv]. Hoe een goed sociaal netwerk eruit ziet verschilt per persoon, maar voor de meeste mensen bestaat dit zowel uit het delen van de dagelijkse dingen met bijvoorbeeld collega’s en buren, en een diepere verbondenheid met geliefden, familie en vrienden.

    Een goede reden dus om sociaal contact op de werkvloer te ondersteunen en te stimuleren. Er is alleen één valkuil. We hebben gezien dat één van de negatieve effecten van omgevingsstressoren is dat mensen minder openstaan voor contact. Sociale interactie is goed en noodzakelijk voor ons als mens, maar in de werkomgeving worden we al aan zoveel interactie (en andere stressoren) blootgesteld dat we ons juist terugtrekken. Waardoor we ons afsluiten van de voordelen die we juist zo hard nodig hebben! Kantoormedewerkers kunnen zich alleen openstellen voor contact en van de positieve effecten profiteren, als ze zich ook - naar behoefte - kunnen terugtrekken. Dit betekent dat zij in de eerste plaats privacy en rust moeten kunnen vinden als ze dit nodig hebben. Focus dus niet alleen op ontmoetingsplekken, maar zorg ook voor ‘terugtrek’plekken.

     

    Door het beperken van omgevingsstressoren, gebruik te maken van binnen- en buitengroen, en mogelijkheden te bieden voor zowel sociale interactie als privacy, kan de werkomgeving een stress-oase voor medewerkers worden. Hierdoor voelen ze zich beter, presteren beter, en zijn socialer en gezonder. Zo zorg je als FM pas echt voor toegevoegde waarde!

     

    [i] Kaplan, S. (1989). The restorative benefits of nature: toward an integrative framework. Journal of environmental psychology, 15, 169-182

    [ii] Ulrich, R.S. (1983). Aesthetic and affective response to natural environment. In I. Altman & J. Wohlwill (Eds.), Human Behavior and Environment, Vo1.6: Behavior and Natural Environmen., New York: Plenum, 85-1 25.

    [iii] Mitchell, R., Popham, F. (2008). Effect of exposure to natural environment on health inequalities: an observational population study. Lancet, 8;372(9650), 1655-60.

    [iv] Berkman L.F. & Syme S.L. (1979). Social networks, host resistance, and mortality: a nine-year follow-up study of Alameda County residents. American Journal of Epidemiology, 109(2), 186-204

     

    Dit bericht is geschreven voor Facto.nl en daar verschenen op 28-01-2020.

    Foto's via Unsplash


    « 

    Reactie plaatsen

    Reacties

    Er zijn geen reacties geplaatst.